Ook in Nederland groeien Paddestoelen. Hier vind u de bekendste.
De informatie staat over meerdere paginas verspreid, u bent nu op pagina 2. U kunt ook nog door bladeren naar pagina 1 en 3.
 
Grote Parasolzwam, Lepiota procera
Mooie soort, tot 40 cm hoogte; breedte van de hoed 10-25 cm. Hoed bedenkt met grijsbrijne schubben. Stengel heeft een tekening van golvende, cirkelvormige banden. Algemeen, vaak in kleine groepjes, in lichte bossen, bosweiden, in parken en tuinen, op grazige plaatsen in de duinen. Jong eetbaar, zoet en pittig van smaak. Groeit in de nazomer en in de herfst.
 
Vliegenzwam, Amanita muscaria
Gemakkelijk herkenbaar. Paddestoel van het geslacht Amanita met scharlakenrode hoed, wit gevlekt. Vlekken onstaan door uiteen gescheurd wit vlies, dat hoed en steel om gaf in jeugdige toestand. Witteplaatjes. Zeer giftig. Zeer algemeen, vooral op zure grond onder of bij een berk en den. Groeit in oktober.
 
WeidechampignonAgaricus campestris
Bekende paddestoel, als voedsel. Wit tot bruinachtige hoed, eerst half bolvormig, later uitgespreid, droog, bij ouderdom licht geschubd. Steel vrij kort en stevig, met ring maar zonder volva. Plaatjes eerst wit, dan roze en later puberbruin kleurend. Vrijalgemeen op al of niet begraasd schraal grasland, op dijken en in duinen. Groeit in de nazomer en in de herfst.

StraatchampignonAgaricus bitorquis
Deze paddestoel heeft een wat forsere hoed, lichtgrijs tot geelbruin, met ingerolde rand. Vuilroze plaatjes, later donkerder. Witte, holle steel. Meestal langs wegen, in parken en op oude vuilnisbelten, groeit soms al in mei. Eveneens eetbaar.

KwelderchampignonAgaricus Agaricus bernardii
Komt voor op strandweiden en andere ziltige, grazige plaatsen langs de kust. Hij lijkt op de weide- en straat champignon, maar veroozaakt ingewandstoornissen bij het op eten. Het vlees kleurt door beschadiging roodbruin.
 
Paarssteelschijnridder, Lepista saeva
Hoed grijsachtig tot bruin, regelmatig van vorm met enigszins gewelfd centrum. Steel prachtig paars. Plaatjes wit of lichtbruin, sporen dofrood, Korte steel onderaan verdikt. Op grazige plaatsen, in weilanden, in gezons van parken en tuinen, zelden in licht loofbos; vaak in kringen. Niet algemeen. Eetbaar. Groeit in de periode oktober-november.
 
Geschubde Inktzwam, Coprinus comatus
Knotsvormige hoed, bedekt met witte en bruinachtige schubben. Bij rijpheid lossen de plaatjes op tot een zwarte, inktachtige vloeistof, vanaf de rand naarboven; elke druppel bevat sporen. Jong eetbaar. Algemeen op grazige, voedselrijke plaatsen, opgebrachte of opgespoten gronden en oude vuilnisbelten, vaak massaal. Groeit vanaf mei.
 
Hanekam, Cantharel, Cantharellus cibarius
Trechtervormige hoed, dooiergeel, met gelobde rand. Geen plaatjes aan de onderzijde, maar plooivormige, vertakte aderen. Zeer algemeen in loof- en naaldbossen, vaak in groepen en kringen. Eetbaar. Groeit van juin tot november
 
Eekhoorntjesbrood, Boletus edulis
Korte en dikke boleet, voorzien van poriŽn, met aan de onderzijde van de hoed een sponzig netwerk, vol met nauwe buisjes. Hoed eerst wit, later lever- of donkerbruin kleurend, 6-25 cm breed, glad of gekreukeld, in vochtige toestand iets kleverig, enigszins afhangede rand. Bruinachtige steel met lichte, verticale lijntjes. Zeer algemeen in loof- en naaldbossen, langs wegen, in parken. Eetbaar. Groeit vaak al in de zomer.
Klik hier voor nog een aantal boleten.
 
Klik hier om nog meer soorten te zien.



Op alle informatie op deze website berust een copyright. © 2000 E-lastic Webdesign.